Hoewel, type.. Koen is geen ‘type’. Spelers worden vaak met elkaar vergeleken, maar met Koen ben ik er nog steeds niet uit. Koen is uniek. Hoeveel spelers maken immers faam als aanvaller, scoren er lustig op los in de Eerste Divisie en worden vervolgens op het hoogste niveau omgeschoold tot rechtshalf?
Het was vijf jaar geleden een geniale zet van Ron Jans. Koen zijn ijver kwam nog beter tot uiting op het middenveld en hij groeide uit tot de belichaming van het welbefaamde GTPV. Met Pieter Huistra is er inmiddels een trainer gekomen die al min of meer heeft aangegeven dat spelletje weer te gaan willen spelen. Toch ligt daarbij op dit moment geen basisplaats voor Koen in het verschiet.
Maar dat heeft meer te maken met de ongekende concurrentie dan met Koen. Er zijn immers maar weinig Eredivisie-clubs die de voorste vier posities volledig kunnen invullen met internationals. Toch zal Koen ook dit seizoen zeker van waarde zijn voor FC Groningen. Als invaller – want dat bewees hij de afgelopen twee wedstrijden wel, Koen staat er direct – maar ook als basisspeler. Die kans zal hij ongetwijfeld nog gaan krijgen.
Koen vecht namelijk altijd terug. Er is altijd veel te doen over zijn blessures, maar de inzet waarmee hij telkens aan zijn herstel heeft gewerkt is ongekend. In de jeugdopleiding van FC Den Bosch had het zelfs niet veel gescheeld of hij moest de opleiding verlaten, wegens een hardnekkige blessure. Ook toen al vocht Koen zich terug.
Terugvechten heeft hij ook altijd op sportief vlak gedaan. In zijn tweede kampioensjaar bij FC Den Bosch was hij vaak doorslaggevend met belangrijke doelpunten in de slotfase. En ook in zijn eerste jaar bij FC Groningen verzeilde hij op de bank, maar stond een paar weken later gewoon weer bij de eerste elf. Die tomeloze inzet weet hij te koppelen aan positivisme en juist dat heeft hem gebracht tot wat hij vandaag de dag is.
Er zijn op de Nederlandse velden namelijk wel meer spelers die altijd 110% geven, maar velen gebruiken hun frustratie als inspiratie. Bij Koen werkt het anders. Kenmerkend daarvoor is het feit dat Koen in dienst van FC Groningen inmiddels dertig gele, maar – ik klopt het gelijk af - nog geen één rode kaart heeft. Eén van de vele mooie statistieken die Koen de afgelopen jaren heeft opgebouwd.
Nog altijd ontwikkelt Koen zich. Was hij voorheen nog wel eens een werkpaard dat zichzelf voorbij liep, inmiddels toont hij steeds meer gelijkenissen met een routinier. Het oogt iets gecontroleerder en met name gaat het allemaal gedoseerder. Na tien jaar betaald voetbal kent hij natuurlijk de klappen van de zweep. In die positie is hij ook deels gemanoeuvreerd door de opbouw van de Groningse selectie. Na doelmannen Brian van Loo en Luciano is Koen immers de oudste speler van FC Groningen.
En daarnaast is hij de ‘langstzittende’ speler bij FC Groningen. Het is alweer zijn zesde contractjaar en dat is een hele prestatie an sich. Zelfs in de maatschappij is het vandaag de dag bijna uniek als je zes jaar voor één werkgever werkt, laat staan in de voetballerij waar contracten – letterlijk en figuurlijk – steeds minder waard worden. Absoluut iets om trots op te zijn.